‘Patrick droeg thuis een noise-cancelling koptelefoon’
Lees meer
Tienduizenden mensen in Nederland hebben geen zorgverzekering. Zij mijden zorg, raken verstrikt in regels en worden soms geweigerd. Dat schaadt gezondheid en verhoogt maatschappelijke kosten. Met het recht op gezondheid, één van de mensenrechten, en het AAAQ-kader (Availability, Accessibility, Acceptability en Quality) vallen lokaal oplossingen te organiseren.
Geschreven door medTadvies-arts Karine van ’t Land. Dit artikel is gepubliceerd in Sociaal Bestek – tijdschrift voor werk, inkomen en zorg.
In december 2025 verschenen twee documenten die de zorg voor mensen zonder verzekering helder in beeld brengen. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) publiceerde een nieuwsbericht en een uitgebreide publicatie over de zorg voor onverzekerden. De IGJ stelde daarin vast: zorgverleners zijn nu onvoldoende in staat om onverzekerde patiënten goede, medisch noodzakelijke zorg te bieden. Dat komt door onbekendheid met regelingen, knelpunten in die regelingen en te weinig afstemming in de keten.
De tweede publicatie is de casuïstiek- en panelstudie Onverzekerd en ziek in Nederland. Wat kunnen we voortaan beter doen? van Erasmus MC, afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg. De onderzoekers reconstrueerden en analyseerden tien casussen van onverzekerde patiënten, met dossiers, waar mogelijk interviews en een tijdlijn per casus. Daarna beoordeelde een panel van elf deskundigen (onder wie de auteur van dit artikel) de casussen en formuleerde aanbevelingen.
Beide bronnen wijzen dezelfde kant op: de problematiek van mensen zonder zorgverzekering is geen randverschijnsel. Onverzekerd zijn heeft vaak directe gevolgen voor gezondheid, menswaardigheid en publieke kosten.
Hoeveel mensen in Nederland zonder zorgverzekering zitten, weten we niet precies. Er is geen sluitende registratie van alle groepen. Wel zijn er deelcijfers. De Verzekerdenmonitor telt bijvoorbeeld de ‘onverzekerde verzekeringsplichtigen’ die via bestandskoppelingen worden opgespoord: eind 2024 ging het om 25.821 mensen. Deze cijfers vangen niet iedereen die zorg mijdt of buiten beeld blijft. Daarom spreekt de IGJ over onbekende aantallen en noemt zij circa 100.000 mensen als ruwe schatting. Het gaat vooral om:
De IGJ schetst wat er dan gebeurt: mensen weten de weg niet, durven geen hulp te vragen, of lopen vast omdat zorgverleners niet weten hoe zorg te declareren.
In het dagelijks taalgebruik wordt vaak één verzamelwoord gebruikt: onverzekerden. Dat is begrijpelijk, maar het kan ook verhullen dat er verschillende groepen zijn, met verschillende vergoedingsroutes. Voor de praktijk is dat onderscheid belangrijk. Het bepaalt welke afspraken gelden over contractering en declaratie. In grote lijnen zijn er vier regelingen:
Voor professionals die snel willen zien wat het onderscheid betekent, is deze uitleg van de SKGZ praktisch en helder.
De complexiteit van deze regelingen is ook één van de redenen dat het ministerie en het CAK werken aan herziening en harmonisatie. Dit vraagt wetgeving, uitvoeringsafspraken en aanpassing van processen bij veel partijen. Daarom kost dit traject jaren. Ondertussen moet de toegang tot zorg in de praktijk nu al beter.
De Johannes Wier Stichting (JWS) neemt het recht op gezondheid als uitgangspunt. JWS is een onafhankelijke stichting die het recht op gezondheid bevordert en beschermt, met bijzondere aandacht voor mensen in kwetsbare posities. JWS werkt voor en met professionals in zorg en welzijn, onder meer door kennisdeling en educatie.
Met een mensenrechtenbril neem je het recht op gezondheid als norm.
Het recht op gezondheid betekent niet dat iedereen het recht heeft om gezond te zijn. Het betekent: iedereen heeft recht op het hoogst mogelijke en haalbare niveau van lichamelijke en geestelijke gezondheid. Dat recht vraagt om actieve bescherming van mensen in kwetsbare posities. Ook als iemand niet verzekerd is.
Met een mensenrechtenbril neem je het recht op gezondheid als norm. Je stuurt het gesprek: hoe zorgen we dat het systeem niemand laat vallen? Dat sluit aan bij het werk in het sociaal domein. Daar werken mensen dagelijks om voorwaarden voor gezondheid te scheppen: wonen, inkomen, veiligheid, steun, taal en toegang tot informatie.
Het recht op gezondheid blijft abstract als je niet kunt toetsen wat een overheid en een zorgstelsel concreet moeten leveren. Daarom wordt dit recht vaak uitgewerkt met het AAAQ-kader. Dat zijn vier basiseisen die het recht op gezondheid stelt aan zorg en publieke gezondheidszorg:
In dit artikel is AAAQ de kapstok. Eerst om knelpunten te ordenen. Daarna om oplossingen te kiezen die passen bij het recht op gezondheid.
De IGJ ziet dat mensen zonder verzekering niet bij elke zorgorganisatie terecht kunnen. Dat verschilt per stad en per zorgsoort. Soms zijn er straatartspraktijken. Soms zijn er informele afspraken over de plekken waar mensen zonder verzekering terecht kunnen. Maar vaak weten partijen niet van elkaar wie wat doet, en is het aanbod te klein.
De beide recente publicaties laten zien wat dat betekent in echte trajecten. Mensen komen laat in beeld. Problemen worden dan groter en complexer. Zorg wordt crisiszorg. Een terugkerend knelpunt is het gebrek aan vervolgplekken na opname. Het rapport formuleert daarom een duidelijke norm: ontsla vanuit de zorginstelling nooit naar straat, loket of nachtopvang. Ontslag is pas mogelijk als een passende vervolgplek en warme overdracht geregeld zijn.
Wat kan het sociaal domein doen? Maak in elke regio een vindbaar aanspreekpunt dat zorg en ondersteuning rond ‘geen verzekering’ coördineert. Leg ook capaciteit vast voor herstelplekken en passende woonoplossingen. Dit voorkomt terugval en heropnames.
Toegankelijkheid heeft vier kanten. In deze problematiek spelen ze alle vier.
De koppeling tussen zorgverzekering en BRP werkt in de praktijk als valkuil.
Een systeemdrempel die in het rapport terugkomt is de koppeling tussen zorgverzekering en inschrijving in de BRP. Die koppeling is in 2014 ingevoerd om fraude te voorkomen, maar werkt in de praktijk als valkuil bij dakloosheid en uitschrijving. Het rapport adviseert herziening, bijvoorbeeld koppeling aan BSN, en versnelling van briefadresprocedures zolang de koppeling bestaat.
Wat kan het sociaal domein doen? Zie ‘geen verzekering’ als alarmsignaal dat altijd sociale interventie vraagt. Organiseer actieve toeleiding als vaste route in wijkteam, opvang, schuldhulp en GGD. Maak informatie praktisch: een korte routekaart voor balie, triage en teamleider. En verwijs voor het onderscheid in regelingen standaard naar de SKGZ-pagina.
De IGJ beschrijft dat mensen zonder verzekering vaak meerdere problemen tegelijk hebben. Chronische ziekten, mentale problemen, verslaving, schulden, geen netwerk, taalproblemen, onzeker verblijf. Dan is een standaard consult vaak te kort. En doorverwijzen is lastig.
Elkaar begrijpen is cruciaal voor veilige zorg. Daarom hoort structurele inzet van professionele tolken erbij. Sinds oktober 2025 is er een generieke richtlijn Omgaan met taalbarrières in de zorg en het sociaal domein. Praktische stappen en hulpmiddelen staan op. Zo schakelt u een tolk in.
Acceptability gaat ook over zorg krijgen zonder angst voor bijvoorbeeld uitzetting. Ongedocumenteerden durven soms niet naar een arts, zorginstelling of afspraak te gaan, omdat ze bang zijn om ontdekt te worden. Dat is een reële drempel die in beleid en praktijk serieus moet worden genomen.
Wat kan het sociaal domein doen? Combineer zorgtoeleiding met rechtsbescherming en praktische steun, zoals briefadres, verblijf, inkomen en schuldhulp. Werk met respectvolle communicatie. Leg uit wat iemand kan verwachten. Leg ook uit wat er met gegevens gebeurt.
Het Erasmus MC-rapport laat zien dat zorg vaak te laat komt, versnipperd is, en stopt bij de deur van vervolgzorg. Medische winst verdampt als nazorg en wonen niet geregeld zijn. Daarom die norm: geen ontslag zonder vervolgplek en warme overdracht. Het rapport beschrijft ook hoe het mis kan gaan als niemand eindverantwoordelijk is. Dan ontstaan overlegcirkels, wachttijden en impasses tussen domeinen. De aanbeveling aan de overheid is helder: wijs één verantwoordelijke aan met mandaat en budget over domeinen heen.
Wat kan het sociaal domein doen? Leg vast wie de regisseur is bij complexe casuïstiek. Geef mandaat, dus de bevoegdheid om besluiten te nemen en inzet te regelen. Dat voorkomt dat een patiënt van loket naar loket wordt gestuurd, terwijl wonen, inkomen en vervolgzorg nog niet zijn geregeld. Start sociale en juridische signalering al tijdens ziekenhuisopname, niet pas daarna. Maak regionale afspraken over de mensen die ‘lastig plaatsbaar’ zijn. Verdeel taken, maar wijs ook één eindverantwoordelijke aan die knopen doorhakt en aanspreekbaar blijft.
De analyses van IGJ en het rapport van het Erasmus MC zijn om te zetten in concrete afspraken op lokaal en regionaal niveau. Deze agenda is bedoeld voor zorgaanbieders, gemeenten, GGD, maatschappelijke opvang, welzijnsorganisaties en regionale samenwerkingsverbanden.
Het feit dat iemand geen zorgverzekering heeft, is zelden een op zichzelf staand probleem. Het is meestal een signaal dat er meer speelt. Als je wacht tot iemand acuut ziek is, ben je te laat en duur uit. Zet vroeg in met sociale steun, wonen, duidelijke routes, tolken en één regisseur. Dat is preventie. Dat is mensenrechtenwerk in de praktijk.
Lees meer
Lees meer
Lees meer